Aandeelhouders en certificaathouders hebben op grond van artikel 2:114a BW een wettelijk agenderingsrecht, wat inhoudt dat zij een onderwerp kunnen laten plaatsen in de oproeping van de algemene vergadering van aandeelhouders door het bestuur. Maar kunnen zij ook een stemming afdwingen over een onderwerp dat niet tot de bevoegdheid van de algemene vergadering van aandeelhouders behoort, maar tot de bevoegdheid van het bestuur van de vennootschap? Over die vraag heeft de Hoge Raad zich recent uitgelaten in een arrest tussen Boskalis en Fugro.

Feiten

Boskalis had als houder van certificaten van aandelen een belang van ruim 28 procent in Fugro. Fugro hanteert drie beschermingsconstructies die ongewenste overnamepogingen op afstand houden. Boskalis had bezwaar tegen één van de door Fugro ingestelde beschermingsconstructies en heeft het bestuur van Fugro verzocht over te gaan tot ontmanteling daarvan. Het bestuur van Fugro heeft aan dat verzoek geen gehoor gegeven, waarna Boskalis heeft verzocht de ontmanteling van de beschermingsconstructie op te nemen als een ter stemming aan de orde te stellen agendapunt van de algemene vergadering van aandeelhouders van Fugro. Ook dat tweede verzoek van Boskalis heeft Fugro geweigerd, waarop Boskalis besloot een kort geding te starten tegen Fugro.

Verloop van het kort geding

Boskalis heeft in kort geding gevorderd Fugro te bevelen het agendapunt ter stemming op te nemen in de eerstvolgende algemene vergadering van Fugro. De voorzieningenrechter heeft deze vordering afgewezen. In hoger beroep heeft het gerechtshof het kort gedingvonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. Het gerechtshof heeft daartoe overwogen dat artikel 2:114a BW alleen strekt tot een recht op agendering van onderwerpen ter stemming, indien de algemene vergadering bevoegd is om over dat onderwerp een besluit te nemen. Volgens het gerechtshof is daarvan in het onderhavige geval geen sprake, omdat de door Boskalis gewenste ontmanteling van de beschermingsconstructie van Fugro betrekking heeft op de aan het bestuur van Fugro voorbehouden strategie (en dus de algemene vergadering niet bevoegd is).

Het oordeel van de Hoge Raad

Ook de Hoge Raad oordeelt dat het bestuur van Fugro de verzoeken van Boskalis mocht weigeren.

De Hoge Raad stelt daarbij voorop dat uit de bevoegdheid van het bestuur en de raad van commissarissen tot bijeenroeping van een algemene vergadering van aandeelhouders (artikel 2:109 BW), de bevoegdheid van deze organen volgt tot vaststelling van de agenda en dus tot vaststelling van de ter stemming te agenderen onderwerpen. Die bevoegdheid komt dus niet ook toe aan aandeelhouders of certificaathouders zoals Boskalis. De Hoge Raad vervolgt dat het agenderingsrecht van artikel 2:114a BW op dit uitgangspunt slechts in zoverre een uitzondering maakt, dat een onderwerp waarvan de behandeling door een aandeelhouder of certificaathouder tijdig schriftelijk is verzocht wordt opgenomen in de bijeenroeping van de algemene vergadering van aandeelhouders. Dit artikel geeft hen echter niet het recht het bestuur van de vennootschap te verplichten een onderwerp ter stemming op te nemen op de agenda van de algemene vergadering van aandeelhouders, dat een aangelegenheid is van het bestuur. Hiervan is in dit geval ook sprake, aldus de Hoge Raad.

Aandeelhouders kunnen dus onderwerpen aandragen, maar kunnen stemming daarover niet afdwingen als die onderwerpen zien op besluitvorming en toezicht door het bestuur en de raad van commissarissen.