(blog juli Nelleke de Langen op www.expand.nl)

In mijn blog van deze maand wil ik drie uitspraken over de transitievergoeding bespreken, die mij onlangs opvielen.

Transitievergoeding en Wet normering topinkomens

In 2015 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, kort de Wet normering topinkomens (WNT), ingevoerd. Topfunctionarissen in de (semi)publieke sector mogen sindsdien niet meer verdienen dan een minister. Uitkeringen wegens een beëindiging van het dienstverband van een topfunctionaris worden ook door deze wet genormeerd, tenzij de uitkering voortvloeit uit een algemeen verbindend verklaarde cao of een wettelijk voorschrift. Op grond van deze laatste uitzondering – het wettelijk voorschrift – oordeelde de kantonrechter Utrecht op 17 juni 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:3347) dat de transitievergoeding niet wordt genormeerd door de WNT. Het is immers een uitkering die voortvloeit uit een wettelijk voorschrift, meer specifiek uit artikel 7:673 BW.

Dit betekent dat het mogelijk zou moeten zijn om naast de transitievergoeding ook nog een contractuele ontslagvergoeding (die dan wel genormeerd wordt door de WNT) overeen te komen. De kantonrechter Amsterdam vindt echter van niet (ECLI:NL:RBAMS:2016:3672). Op de vraag of werknemer en werkgever gelet op de werking van de WNT nog de mogelijkheid hadden om náást de werknemer toekomende transitievergoeding een additionele vergoeding overeen te komen, die dus met de transitievergoeding cumuleerde, antwoordde de kantonrechter op 13 juni van dit jaar ontkennend – althans voor zover deze vergoedingen boven het wettelijk maximum als gegeven in de WNT zouden uitkomen – omdat de bedoeling van de WNT daarmee voor een groot deel teniet zou worden gedaan.

Transitievergoeding en langdurig arbeidsongeschikte werknemer

De meeste werkgevers houden het dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer slapend, om betaling van de transitievergoeding te voorkomen. Dit is in de rechtspraak al meermaals goedgekeurd door verschillende kantonrechters (zie bijvoorbeeld kantonrechter Almere 3 december 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5826).

Een grote modeketen was onlangs wel bereid om de transitievergoeding te betalen aan een langdurig arbeidsongeschikte werkneemster, maar becijferde de vergoeding op € 0,00. Immers, zo redeneerde de werkgever, het loon ten tijde van het eindigen van de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte was nul, want de loondoorbetalingsplicht was ten einde gekomen. Die vlieger ging bij de kantonrechter Arnhem niet op (23 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3511). De hoogte van de transitievergoeding diende bepaald te worden aan de hand van het bruto uurloon vermeerderd met de vakantiebijslag en persoonlijke toeslag waarop werkneemster recht zou hebben gehad als zij niet arbeidsongeschikt was geweest.

Aan de slapende dienstverband komt evenwel toch een eind. Minister Asscher heeft in april van dit jaar aangekondigd dat hij voornemens is om in de WWZ een aantal wijzigingen door te voeren, waaronder de invoering van een regeling op grond waarvan werkgevers gecompenseerd worden uit het Algemeen werkloosheidsfonds voor de kosten van de transitievergoeding bij ontslag van een langdurige arbeidsongeschikte werknemer.

Transitievergoeding en herstel van de arbeidsovereenkomst in hoger beroep

Op 30 juni jl. veroordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2016:2643) een werkgever, van wie het ontbindingsverzoek wegens een verstoorde arbeidsverhouding in eerste aanleg was toegewezen, tot herstel van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster omdat de arbeidsverhouding tussen partijen naar het oordeel van het hof niet onherstelbaar en duurzaam verstoord was geraakt. Het hof overwoog daarbij ook dat een redelijke uitleg van de WWZ ertoe leidt dat werkneemster als gevolg van het herstel van de arbeidsovereenkomst de aan haar betaalde transitievergoeding moet terugbetalen.

Zoals u kunt lezen is er in juni van dit jaar weer veel jurisprudentie gemaakt. Werkgevers, werknemers, rechters, advocaten, iedereen is druk met de uitleg van WWZ-bepalingen. De vakantieperiode staat voor de deur, maar zal de voortdurende stroom aan WWZ-jurisprudentie vermoedelijk niet doen afnemen.